Stap 2. Gooien en vangen.
Dit
is nog niet de basisbeweging van het devilsticken, maar het is wel een
nuttige oefening om gevoel te krijgen voor de beweging van de stick
en om te leren de handstokjes recht te houden.
- Ga
staan. Ontspannen houding. Géén opgetrokken schouders. Voeten naast
elkaar. Handsticks vasthouden zoals beschreven in Stap 1.
- Houd
je handsticks horizontaal en recht naar voren. De devilstick ligt
horizontaal op je handstokjes.
- Gooi de devilstick nu een stukje omhoog. Probeer
met beide armen even veel kracht te zetten zodat de devilstick ook
in de lucht mooi horizontaal blijft.
- Vang de devilstick op. Beweeg bij het vangen
de handsticks een stukje naar beneden op het moment dat ze de devilstick
raken, om de val van de devilstick af te remmen. Omdat je je handstokjes
bij het vangen netjes recht en horizontaal gehouden hebt, rolt de
devilstick nu niet weg. Doe dit nog een paar keer, totdat het nog
beter gaat.
- Gooi nu de devilstick weer omhoog, maar zet wat
meer kracht met je linkerhand zodat de devilstick gaat draaien. Probeer
het zo te doen dat de devilstick een halve draai maakt.
- Vang de stick weer op. De stick moet weer ongeveer
horizontaal zijn op het moment dat hij de handsticks raakt.
- Blijf wat
spelen met het gooien en vangen, met of zonder draai. Draai hem ook
eens de andere kant op, door juist met rechts wat meer kracht te zetten.
Of laat de devilstick eens een hele draai maken. Ook kun je proberen
te vangen en/of te gooien met je armen gekruist of de stick horizontaal
te laten draaien.
- Als
je voldoende gegooid en gevangen hebt en je kunt de stick netjes opvangen
zonder dat ie op de grond rolt, ga dan verder naar stap 3.
<
Verder naar stap 3 >
<
Workshop beginners
>
<
menu >
|